Ten behoeve van de opslag van materiaal en de berging van machines zijn aan de noordzijde van de groepsaccommodaties een nieuwe loods en kapschuur gebouwd. Voor deze bebouwing is een projectprocedure/artikel 19 WRO procedure gevolgd. In januari 2010 is hiervoor een bouwvergunning verleend. De loods en de kapschuur hebben een oppervlakte van ca. 650 m2. De ruimte die voor de nieuwe groepsaccommodatie gereserveerd zou moeten worden bedraagt bijna 2.000 m2 bedragen. Dit is een forse oppervlakte die gebaseerd is op de huidige ideeën. In het bestemmingsplan zal ruimte geboden worden aan 1.500 m2. In de regels wordt een afwijking opgenomen voor een verruiming naar maximaal 2.000 m2. In relatie tot de huidige oppervlakte binnen de betreffende aanduiding (circa 1200 m2), is ook deze verruiming over een periode van 10 jaar acceptabel.
In dit bestemmingsplan zijn bouwvlakken opgenomen ten behoeve van de groepsaccommodaties en de loods en kapschuur. Het onderscheid voor wat betreft de situering en de te bouwen oppervlakte wordt mede op de verbeelding weergegeven.
Met de verbreding van de soort voorzieningen en een verruiming van het aanbod voor verblijfsrecreatie wordt invulling gegeven aan het regionale beleid met betrekking tot het aantrekken en ‘vasthouden’ van toeristen.
Met uitzondering van de groepsaccommodaties, de recreatiebungalows en de centrale voorzieningen, zullen over het terrein verspreid sanitaire voorzieningen aanwezig moeten zijn.
Een aantal is al aanwezig. Voor de sanitairgebouwen wordt uitgegaan van een gemiddelde oppervlakte van 250 m2. Binnen deze oppervlakte is een kleine opslag-/technische ruimte aanwezig en biedt het gebouw ruimte aan voor minder validen en familieruimtes. Mede gelet op het feit dat de sanitaire voorzieningen zeer belangrijk zijn voor de hygiëne is de genoemde oppervlakte aangehouden. Deze oppervlakte biedt voldoende mogelijkheden om eventuele toekomstige eisen op het gebied van hygiëne direct door te voeren. Verder biedt deze gemiddelde oppervlakte de ondernemer mogelijkheden om keuzes te maken in de omvang en locatie van een sanitaire voorzieningen.
Punt van aandacht is dat wanneer er meer recreatiebungalows gerealiseerd worden, er minder recreatieve kampeerplaatsen aanwezig zijn. Hierdoor wordt de behoefte aan sanitaire voorzieningen ook anders. Te zijner tijd zal beoordeeld moeten worden of de oppervlakte aan sanitaire voorzieningen bijgesteld dient te worden, of dat deze voorzieningen gebruikt kunnen worden als ruimte voor de technische dienst.
Naast het aanwezige binnen- en buitenzwembad bestaat ook de wens om op eigen terrein een zwemvijver te realiseren. Deze natuurlijk aangelegde zwemvijver zal gerealiseerd worden aan de noordkant van het recreatieterrein en vormt een uitbreiding ten opzichte van het huidige plangebied. Het gaat nu om braakliggende gronden die geen bijzondere kwaliteit hebben.
Zand en water, alsmede de ondiepte ervan, zullen een paradijs zijn voor de kleine gasten van de Molenhof en hun ouders. Daarnaast vormt deze zwemvijver een extra aanvulling op de voorzieningen van de Molenhof.
Naast de zwemvijver zal er ook een visvijver aangelegd worden. Deze wordt afgeschermd van de zwemvijver.
De oppervlakte van de zwem-/speelvijver bedraagt circa 860 m². Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde diepte van 0,50 m. Dit heeft tot gevolg dat ongeveer 430 m3 grond vrijkomt. De visvijver heeft een oppervlakte van ± 484 m² en een gemiddelde diepte van 3 m, waardoor circa 1.452 m3 grond vrijkomt. In totaal komt dus ongeveer 1.882 m3 grond vrij. Op voorhand wordt niet uitgesloten dat er alleen een zwem- c.q. speelvijver komt.
Op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel en van diezelfde provincie verkregen informatie is geen ontgrondingvergunning nodig wanneer sprake is van een functionele ontgronding die vastgelegd is in een bestemmingsplan.
In deze situatie is sprake van een functionele ontgronding. Met de inwerkingtreding van het bestemmingsplan kan wanneer het water daadwerkelijk aangelegd wordt, vrijstelling worden verleend van de vergunningplicht voor de ontgronding.
De andere inrichting van deze gronden kan, gelet op de huidige situatie, al als een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit worden aangemerkt.
Naast het zand en het water completeert een ligweide de nieuwe voorziening.
Met de aanleg van een helofytenfilter worden de vijvers op een natuurlijke wijze gezuiverd.
Het betreffende perceel grond bestaat deels uit bomen en is deels braakliggend. De braakliggende gronden en de open ruimte zullen gebruikt worden voor de aanleg van de zwemvijver. De aanwezig bomen zullen zoveel mogelijk gehandhaafd blijven. Daar waar bomen verwijderd dienen te worden, zullen nieuwe bomen binnen de driehoek teruggeplant worden. Ook de groene zone langs de weg zal verdicht worden.
De onderstaande afbeeldingen laten de locatie en de beoogde inrichting van dit gebied zien. Om de zwemvijver voor de gasten van de camping goed en veilig bereikbaar te maken zal een klein stukje van de Molenhofweg afgesloten moeten worden voor verkeer (of zelfs moeten verdwijnen). In verkeerskundig opzicht heeft dit nauwelijks gevolgen. De omliggende agrarische gronden blijven voor de eigenaren goed bereikbaar.
Situering en luchtfoto zwemvijver
Inrichtingsplan zwemvijver
De totale oppervlakte van het betreffende gebiedje bedraagt ca. 1,5 ha.
Binnen dit gebied zal ook de bouw van een klein gebouw mogelijk worden gemaakt. Dit gebouw dient onder meer voor douche en toiletvoorzieningen, opslag van (strand)stoelen en speelmateriaal, technische onderdelen zoals een pomp en de verkoop van ijs, snoep en drinken. De ruimte die voor die gebouw in het plan is opgenomen bedraagt maximaal 100 m2.
De zwemvijver wordt door middel van een helofytenfilter schoon gehouden. Hierna wordt de werking van een helofytenfilter beschreven.
Werking helofytenfilter
Het gaat hier om een zwemvijver met een natuurlijke uitstraling en een biologische zuivering van het water. In een gewone tuinvijver wordt met voldoende zuurstofplanten, een goede verhouding zon-schaduw en een combinatie van verschillende andere vijverplanten een biologisch evenwicht gecreëerd.
In een zwemvijver is dit biologische evenwicht ook nodig, maar een zwemvijver wil men liever wat meer in de zon hebben. Ook is er meer 'open water' nodig. Om toch een goed evenwicht in een zwemvijver te krijgen wordt bij een zwemvijver dan apart een plantenrijk deel aangelegd dat zorgt voor dit evenwicht en voor mooi helder water. Dit plantenrijke deel wordt een helofytenfilter genoemd. Het maakt niet uit waar het helofytenfilter wordt aangelegd, als het maar een goede verbinding heeft met de zwemvijver. In de meeste gevallen wordt het filter direct naast de vijver gemaakt. De zwemvijver en het helofytenfilter vormen dan visueel één geheel. Het lijkt op een natuurwater grenzend aan een rietkraag.
Zwemvijver met Helofytenfilter
Helofytplanten zijn moerasplanten. Ze wortelen in een bodem onder de waterspiegel, maar groeien en bloeien verder boven water. Helofytplanten hebben ook bijna allemaal een grasachtig of rietachtig uiterlijk, zoals de egelskop, lisdodde, gele lis en het riet zelf. De wortels van alle planten hebben zuurstof nodig om zich te kunnen ontwikkelen. De meeste planten halen dit gewoon uit de grond. Komt een plant met 'natte voeten' te staan, dan zal hij spoedig afsterven. Moerasplanten halen de nodige zuurstof voor de wortels via de bladeren uit de lucht en kunnen daarom wel in een waterrijke bodem groeien. Om de wortels van moerasplanten bevind zich veel zuurstof, waar zuurstofminnende bacteriën zich dan ook massaal ontwikkelen. Deze bacteriën zijn nodig om de organische stoffen in het zwemwater om te zetten in mineralen welke door de planten als voeding worden opgenomen. Deze omzetting van organische stoffen en opname van mineralen zorgt er voor dat er uiteindelijk zuiver en helder water overblijft (bron: website Braam tuinen te Smilde).
Met het onderhavige bestemmingsplan is gezocht naar een balans tussen ontwikkelingsmogelijkheden en de juridische rechtszekerheid. Hoewel in het plan veel ruimte wordt geboden aan nieuwe (bouw)mogelijkheden, liggen de bouwlocaties vast. Het gaat hierbij om de centrumvoorzieningen en de groepsaccommodatie. De locatie van de nieuwe zwemvijver ligt eveneens vast.
In de exploitatievergunning voor het recreatiebedrijf liggen aantallen vast met betrekking tot het aantal kampeermiddelen. Ook de gebruiksveiligheid van diverse gebouwen en de ruimtes tussen de betreffende kampeermiddelen kunnen objectief vastgelegd worden.
Het planologische kader biedt voldoende inzicht in het ruimtegebruik en geeft mogelijkheden voor de toekomst. Met de opzet van het plan wordt de ondernemer een kans geboden om zonder nieuwe planologische procedures voor de komende 10 jaar zijn recreatiebedrijf binnen bepaalde grenzen te exploiteren en te ontwikkelen c.q. te verbeteren.
Het parkeren bevindt zich op dit moment aan de voorzijde van de camping, ter hoogte van de molen. Omdat bij de recreatiemiddelen geparkeerd mag worden, is dit parkeerterrein bedoeld voor bezoekers.
Hierin zal in beginsel geen wijziging optreden. Ook nu weer kan gekozen worden voor een eigen invulling door de ondernemer. Door de nieuwe gebouwen (kapschuur en loods) en de beoogde groepsaccommodatie zal de inrichting van het betreffende gedeelte gewijzigd worden. Voorgesteld wordt om de inrichting niet strak vast te leggen, behoudens de locaties van de bebouwde voorzieningen, maar de ondernemer de ruimte te bieden het terrein op een verantwoorde wijze in te richten. Een aparte bestemming “parkeren” of iets dergelijks past daar niet bij. Het parkeren zal in ieder geval binnen het terrein van de camping plaatsvinden.
Het gaat hier om een recreatiebedrijf in het buitengebied. De recreatieondernemer is zich ter dege bewust van het feit dat het bedrijf een mooie maar ook een groene uitstraling moet blijven behouden. De inpassing van de verschillende voorzieningen en de aankleding van het recreatiebedrijf blijven een constante punt van aandacht. Immers een verwaarloosde aanblik zal geen klanten trekken. In de wijzigingsregels voor de bouw van nieuwe recreatiewoningen is als voorwaarde opgenomen dat het parkeren binnen de huidige grenzen van het recreatiebedrijf dient plaats te vinden. Door middel van een parkeerplan dient dit aangetoond te worden.